Informatie over het woord finish (Engels → Esperanto: fino)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈfɪnɪʃ/
Afbrekingfin·ish
Shaw‐alfabet𐑓𐑦𐑯𐑦𐑖

Vertalingen

Afrikaanseinde; ent
Catalaansfi
Deensende
DuitsEnde
Engels (Oudengels)ende
Esperantofino
Faeröersendi
Finsloppu
Fransbout; fin
Italiaansfine
Latijnfinis
LuxemburgsEnn
Maleisakhir
Nederlandseinde
Noorsslutt
Papiamentsfin
Poolskoniec
Portugeesconclusão; fim
Roemeenssfârșit
Russischконец
SaterfriesEend; Eende
Schots-Gaelischceann; crìoch
Spaansconclusión; fin; final; término
Sranankaba
Swahilimwisho
Tsjechischcíl; konec; mez; ukončení
Westerlauwers Friesein
Zweedsslut; ända; ände