Informatie over het woord form (Engels → Esperanto: fari)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/fɔːm/
Afbrekingform

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) form(I) formed
(thou) formest(thou) formedst
(he) forms, formeth(he) formed
(we) form(we) formed
(you) form(you) formed
(they) form(they) formed
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) form (I) formed
(thou) form(thou) formed
(he) form(he) formed
(we) form(we) formed
(you) form(you) formed
(they) form(they) formed
Gebiedende wijs
form
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
formingformed

Vertalingen

Afrikaansmaak; vervaardig
Catalaansfer
Deensaflægge; gøre; lave
Duitsabhalten; abstatten; anfertigen; ausführen; begehen; bereiten; bewirken; erledigen; erschaffen; erzeugen; geben; halten; herstellen; hervorbringen; machen; schließen; schneiden; stellen; tun; unterbreiten; verrichten
Engels (Oudengels)macian; don
Esperantofari
Faeröersgera
Finstehdä
Fransconstruire; fabriquer; faire; opérer; poser
Hawaiaanshana
Hongaarsesinál; tesz
IJslandsgera
Italiaanscommettere; fare
Jiddischמאַכן
Latijnfacere
Luxemburgsmaachen; doen
Maleisbuat; membuat
Nederlandsmaken
Noorsgjøre
Papiamentshasi
Poolsczynić; robić
Portugeescometer; confeccionar; executar; fazer; formar
Roemeensface
Russischделать; сделать
Saterfriesdwo; fabriksierje; häärstaale; moakje; produksierje
Schots-Gaelischdèan
Spaanshacer
Sranandu; meki
Swahili‐fanya
Thaisต่อ; ทำ
Tsjechischčinit; dělat; konat; učinit; udělat; vykonat
Turksetmek; yapmak
Westerlauwers Friesdwaan; dwaen; oanmeitsje; meitsje
Zweedsgöra