Informatie over het woord beschuldigen (Nederlands → Esperanto: kulpigi)

Uitspraak/bəˈsxɵldəɣə(n)/
Afbrekingbe·schul·di·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) beschuldig(ik) beschuldigde
(jij) beschuldigt(jij) beschuldigde
(hij) beschuldigt(hij) beschuldigde
(wij) beschuldigen(wij) beschuldigden
(gij) beschuldigt(gij) beschuldigdet
(zij) beschuldigen(zij) beschuldigden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) beschuldige(dat ik) beschuldigde
(dat jij) beschuldige(dat jij) beschuldigde
(dat hij) beschuldige(dat hij) beschuldigde
(dat wij) beschuldigen(dat wij) beschuldigden
(dat gij) beschuldiget(dat gij) beschuldigdet
(dat zij) beschuldigen(dat zij) beschuldigden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
beschuldigbeschuldigt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
beschuldigend, beschuldigende(hebben) beschuldigd

Vertalingen

Albaneesfajësoj
Duitsanklagen; beschuldigen; verklagen; bezichtigen; die Schuld geben
Engelsaccuse; charge; incriminate
Esperantokulpigi
Finssyyttää
Papiamentskulpa
Portugeesacusar; culpar
Saterfriesankloagje; bescheeldigje; beskeeldigje; ferkloagje
Spaansachacar; acusar; imputar
Westerlauwers Friesbeskuldigje