Informatie over het woord bestendigen (Nederlands → Esperanto: kontinui)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈstɛndəɣə(n)/
Afbrekingbe·sten·di·gen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bestendig(ik) bestendigde
(jij) bestendigt(jij) bestendigde
(hij) bestendigt(hij) bestendigde
(wij) bestendigen(wij) bestendigden
(gij) bestendigt(gij) bestendigdet
(zij) bestendigen(zij) bestendigden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bestendige(dat ik) bestendigde
(dat jij) bestendige(dat jij) bestendigde
(dat hij) bestendige(dat hij) bestendigde
(dat wij) bestendigen(dat wij) bestendigden
(dat gij) bestendiget(dat gij) bestendigdet
(dat zij) bestendigen(dat zij) bestendigden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
bestendigbestendigt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bestendigend, bestendigende(hebben) bestendigd

Vertalingen

Afrikaansvoortduur
Duitsweitergehen; fortdauern; währen
Engelscontinue
Esperantokontinui