Informatie over het woord aanbouw (Nederlands → Esperanto: konstruado)

Uitspraak/ˈambɑʊ̯/
Afbrekingaan·bouw
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Vertalingen

Afrikaansaanbou
DuitsAnbau; Konstruktion; Aufbau; Aufbauen; Bau; Konstruieren
Engelsbuilding
Esperantokonstruado
Fransconstruction
Papiamentskonstrukshon
SaterfriesAnbau
Spaansconstrucción
Westerlauwers Friesoanbou