Informatie over het woord bevestigen (Nederlands → Esperanto: konfirmi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈvɛstəɣə(n)/
Afbrekingbe·ves·ti·gen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bevestig(ik) bevestigde
(jij) bevestigt(jij) bevestigde
(hij) bevestigt(hij) bevestigde
(wij) bevestigen(wij) bevestigden
(gij) bevestigt(gij) bevestigdet
(zij) bevestigen(zij) bevestigden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bevestige(dat ik) bevestigde
(dat jij) bevestige(dat jij) bevestigde
(dat hij) bevestige(dat hij) bevestigde
(dat wij) bevestigen(dat wij) bevestigden
(dat gij) bevestiget(dat gij) bevestigdet
(dat zij) bevestigen(dat zij) bevestigden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
bevestigbevestigt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bevestigend, bevestigende(hebben) bevestigd

Voorbeelden van gebruik

„Dat is juist”, bevestigde de griffier.
De foto’s zullen het kunnen bevestigen.
Iran heeft maandag bevestigd dat een Iraanse generaal is omgekomen bij de luchtaanval die Israël zondag uitvoerde op doelen in Syrië.

Vertalingen

Afrikaansbekragtig; beseël; bevestig; erken
Catalaansconfirmar
Deensbekræfte
Duitsbekräftigen; bestätigen; konfirmieren; bestärken
Engelsaffirm; confirm; corroborate; uphold; bear out
Esperantokonfirmi
Faeröersstaðfesta; vátta
Finsvahvistaa
Fransconfirmer
Italiaansconfermare
Latijnconfirmare
Portugeesconfirmar; homologar; ratificar
Saterfriesbekräftigje; bestäätigje; konfirmierje
Spaansconfirmar