Informatie over het woord maŝo

Woordsoortzelfstandig naamwoord

Verbuiging

Nominatiefmaŝo
Accusatiefmaŝon

Vertalingen

Afrikaansstrik
DuitsMasche; Schlinge
Engelsloop; mesh; stitch
Faeröerseyga; meskur; snara
Fransmaille
Nederlandsbreisteek; maas; steek; strik
Portugeeslaçada; laço; malha
SaterfriesMäske; Strap; Strik
Spaansmalla; nudo corredizo