Informatie over het woord aljuĝi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingal·juĝ·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdaljuĝas
Verleden tijdaljuĝis
Toekomende tijdaljuĝos
 
Voorwaardelijke wijs
aljuĝus
 
Gebiedende wijs
aljuĝu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdaljuĝantaaljuĝata
Verleden tijdaljuĝintaaljuĝita
Toekomende tijdaljuĝontaaljuĝota

Vertalingen

Afrikaanstoewys; toeken
Duitsverleihen; zuerkennen; Zuschlag erteilen; zuschreiben; zusprechen
Engelsadjudge; award; bestow
Nederlandsgunnen; toekennen; toeslaan; toewijzen
Saterfriestoukanne; Tousleek reeke