Informatie over het woord hinkelen (Nederlands → Esperanto: hopi)

Uitspraak/ˈɦɪŋkərə(n)/
Afbrekinghin·ke·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) hinkel(ik) hinkelde
(jij) hinkelt(jij) hinkelde
(hij) hinkelt(hij) hinkelde
(wij) hinkelen(wij) hinkelden
(gij) hinkelt(gij) hinkeldet
(zij) hinkelen(zij) hinkelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) hinkele(dat ik) hinkelde
(dat jij) hinkele(dat jij) hinkelde
(dat hij) hinkele(dat hij) hinkelde
(dat wij) hinkelen(dat wij) hinkelden
(dat gij) hinkelet(dat gij) hinkeldet
(dat zij) hinkelen(dat zij) hinkelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hinkelhinkelt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
hinkelend, hinkelende(hebben) gehinkeld

Vertalingen

Duitshopsen
Engelshop
Esperantohopi