Informatie over het woord strijken (Nederlands → Esperanto: gladi)

Uitspraak/ˈstrɛɪ̯kə(n)/
Afbrekingstrij·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) strijk(ik) streek
(jij) strijkt(jij) streek
(hij) strijkt(hij) streek
(wij) strijken(wij) streken
(gij) strijkt(gij) streekt
(zij) strijken(zij) streken
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) strijke(dat ik) streke
(dat jij) strijke(dat jij) streke
(dat hij) strijke(dat hij) streke
(dat wij) strijken(dat wij) streken
(dat gij) strijket(dat gij) streket
(dat zij) strijken(dat zij) streken
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
strijkstrijkt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
strijkend, strijkende(hebben) gestreken

Vertalingen

Catalaansplanxar
Duitsbügeln; plätten
Engelsiron
Esperantogladi
Faeröerspressa; strúka
Fransrepasser?
Maleismenyeterika; seterika
Noorsstryke
Papiamentsstrika
Poolsprasować
Portugeesengomar; passar a ferro
Russischгладить
Saterfriesstrieke
Spaansplanchar
Sranantriki
Tsjechischvyžehlit; žehlit