Informatie over het woord bewaker (Nederlands → Esperanto: gardisto)

Uitspraak/bəˈʋakər/
Afbrekingbe·wa·ker
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudbewakers

Vertalingen

Afrikaanswag
DuitsAufseher; Gardist; Hüter; Wächter; Wärter
Engelsguard
Esperantogardisto
Fransgarde; gardien
Latijngustos
Papiamentsvigiladó; wardadó; wardadór; wòchmèn
SaterfriesGardist
Spaansguarda
Srananwaktiman
Swahilimlinzi
Thaisยาม
Turksbekçi
Westerlauwers Friesbeweitser
Zweedsvaktare; väktare