Informatie over het woord konstrui

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingkon·stru·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdkonstruas
Verleden tijdkonstruis
Toekomende tijdkonstruos
 
Voorwaardelijke wijs
konstruus
 
Gebiedende wijs
konstruu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdkonstruantakonstruata
Verleden tijdkonstruintakonstruita
Toekomende tijdkonstruontakonstruota

Vertalingen

Afrikaansbou
Albaneeskonstruktoj
Catalaansconstruir
Deensbygge; konstruere
Duitsaufbauen; bauen; erbauen; konstruieren; anlegen; bauen lassen; einrichten; errichten; gestalten
Engelsbuild; construct
Engels (Oudengels)atimbran; getimbran
Faeröersbyggja; gera; smíða
Finsrakentaa
Fransbâtir; construire; poser
Hongaarsépít
IJslandsbyggja; smíða
Italiaanscostruire
Latijnedificare
Luxemburgsbauen
Nederlandsaanleggen; bouwen; construeren; optrekken; opbouwen
Noorsbygge
Papiamentskonstruí; traha
Poolsbudować
Portugeesconstruir; edificar; erigir
Roemeensconstrui; înălța
Russischвозводить
Saterfriesapbaue; baue; konstruierje
Spaansconstruir; edificar; redactar
Srananbow
Thaisก่อ; สร้าง
Westerlauwers Frieskonstruearje
Zweedsbygga