Informatie over het woord woelen (Nederlands → Esperanto: fosi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈʋulə(n)/
Afbrekingwoe·len

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) woel(ik) woelde
(jij) woelt(jij) woelde
(hij) woelt(hij) woelde
(wij) woelen(wij) woelden
(gij) woelt(gij) woeldet
(zij) woelen(zij) woelden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) woele(dat ik) woelde
(dat jij) woele(dat jij) woelde
(dat hij) woele(dat hij) woelde
(dat wij) woelen(dat wij) woelden
(dat gij) woelet(dat gij) woeldet
(dat zij) woelen(dat zij) woelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
woelwoelt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
woelend, woelende(hebben) gewoeld

Voorbeelden van gebruik

Ten slotte leunde hij achteruit en begon in diep nadenken door zijn baard te woelen.

Vertalingen

Catalaanscavar; excavar
Deensgrave
Duitsgraben; wühlen; umgraben; bauen; abteufen; niederbringen; ausheben; ausschachten; herumwühlen
Engelsdig; grub; spade
Engels (Oudengels)grafan
Esperantofosi
Faeröersgrava
Finskaivaa
Franscreuser
Jiddischגראָבן
Latijnfodere; fodire
Luxemburgsbuddelen
Maleisgali … menggali; gali; korek; menggali
Noorsgrave
Papiamentskoba
Poolskopać
Portugeescavar; revolver
Russischкопать; рыть
Saterfriesgreeuwe; wöile
Schots-Gaelischcladhaich
Spaanscavar
Sranandiki
Tsjechischkopat
Westerlauwers Friesgrave
Zweedsgräva