Informatie over het woord samentrekken (Nederlands → Esperanto: adstringi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) trekt samen(hij) trok samen
(zij) trekken samen(zij) trokken samen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) samentrekke(dat hij) samentrokke
(dat zij) samentrekken(dat zij) samentrokken
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
samentrekkend, samentrekkende(hebben) samengetrokken

Vertalingen

Duitsadstringieren; zusammenziehen
Esperantoadstringi
Fransresserrer; resserrer les tissus
Portugeesadstringir