Informatie over het woord suffer (Engels → Esperanto: suferi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈsɐfə*/
Afbrekingsuf·fer

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) suffer(I) suffered
(thou) sufferest(thou) sufferedst
(he) suffers, suffereth(he) suffered
(we) suffer(we) suffered
(you) suffer(you) suffered
(they) suffer(they) suffered
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) suffer (I) suffered
(thou) suffer(thou) suffered
(he) suffer(he) suffered
(we) suffer(we) suffered
(you) suffer(you) suffered
(they) suffer(they) suffered
Gebiedende wijs
suffer
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
sufferingsuffered

Voorbeelden van gebruik

Now you must suffer the consequences.
He hoped she would be happy, and never regret having driven her poor boy out into the unfeeling world to suffer and die.
A New York‐based currency broker said clients suffered significant losses, and it needed an emergency loan to stay in business.
Lie here and suffer.

Vertalingen

Afrikaansondergaán
Catalaanspatir; sofrir
Deensgennemgå
Duitsdulden; erdulden; erleiden; leiden
Esperantosuferi
Faeröerslíða
Finskärsiä
Fransendurer; souffrir; subir
IJslandsþola
Latijnpatiri
Maleisderita … menderita
Nederlandslijden; ondergáán; uitstaan; verdragen
Papiamentssufri; wanta
Poolscierpieć
Portugeespadecer
Saterfriesduldje; ferdreege; liede; uuthoolde
Spaanspadecer; sufrir
Srananpina
Thaisต้อง; ทาน
Tsjechischsnášet; trpět; utrpět
Turksazap çekmek
Westerlauwers Frieslije
Zweedslida