Informatie over het woord stick (Engels → Esperanto: glui)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/stɪk/
Afbrekingstick
Shaw‐alfabet𐑕𐑑𐑦𐑒

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) stick(I) stuck
(thou) stickest(thou) stuckst, stuckest
(he) sticks, sticketh(he) stuck
(we) stick(we) stuck
(you) stick(you) stuck
(they) stick(they) stuck
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) stick (I) stuck
(thou) stick(thou) stuck
(he) stick(he) stuck
(we) stick(we) stuck
(you) stick(you) stuck
(they) stick(they) stuck
Gebiedende wijs
stick
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stickingstuck

Vertalingen

Afrikaansplak
Catalaansadherir; encolar; enganxar
Duitsankleben; kleben
Esperantoglui
Faeröerslíma
Finsliimata
Franscoller
Italiaansappiccicare
Nederlandsplakken
Papiamentsleim
Portugeescolar; grudar; solvar
Saterfriesklieuwje; liemje
Spaanspegar
Thaisติด
Tsjechischlepit
Westerlauwers Frieslymje
Zweedslimma