Informatie over het woord verdichten (Nederlands → Esperanto: fikcii)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verdicht(ik) verdichtte
(jij) verdicht(jij) verdichtte
(hij) verdicht(hij) verdichtte
(wij) verdichten(wij) verdichtten
(gij) verdicht(gij) verdichttet
(zij) verdichten(zij) verdichtten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verdichte(dat ik) verdichtte
(dat jij) verdichte(dat jij) verdichtte
(dat hij) verdichte(dat hij) verdichtte
(dat wij) verdichten(dat wij) verdichtten
(dat gij) verdichtet(dat gij) verdichttet
(dat zij) verdichten(dat zij) verdichtten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verdichtverdicht
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verdichtend, verdichtende(hebben) verdicht

Vertalingen

Esperantofikcii