Informo pri la vorto uitsteken (nederlanda → esperanto: elstari)

Prononco/ˈœʏ̯tstekə(n)/
Dividouit·ste·ken
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) steek uit(ik) stak uit
(jij) steekt uit(jij) stak uit
(hij) steekt uit(hij) stak uit
(wij) steken uit(wij) staken uit
(gij) steekt uit(gij) staakt uit
(zij) steken uit(zij) staken uit
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) uitsteke(dat ik) uitstake
(dat jij) uitsteke(dat jij) uitstake
(dat hij) uitsteke(dat hij) uitstake
(dat wij) uitsteken(dat wij) uitstaken
(dat gij) uitsteket(dat gij) uitstaket
(dat zij) uitsteken(dat zij) uitstaken
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
steek uitsteekt uit
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
uitstekend, uitstekende(hebben) uitgestoken

Uzekzemploj

Er stak iets boven het zand uit.
De meeldraden steken uit.

Tradukoj

afrikansouitsteek
anglaproject; protrude; stand out; stick out
danastritte
esperantoelstari
francadépasser
germanavorstehen
hispanasobresalir
katalunasobresortir
portugalaavançar; estar saliente; fazer saliência