Informatie over het woord fågel (Zweeds → Esperanto: birdo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtgemeenschappelijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
 OnbepaaldBepaaldOnbepaaldBepaald
Nominatieffågelfågelnfåglarfåglarna
Genitieffågelsfågelnsfåglarsfåglarnas

Vertalingen

Afrikaansvoël
Albaneeszog
Berbersafrux (ⴰⴼⵔⵓⵅ)
Catalaansau; ocell
Deensfugl
DuitsVogel
Engelsbird
Engels (Oudengels)fugol
Esperantobirdo
Faeröersfuglur
Finslintu
Fransoiseau
Grieksπουλί
Hawaiaansmanu
Hongaarsmadár
IJslandsfugl
Italiaansuccello
Jiddischפֿויגל
Latijnales; aves; volucris; avis
LuxemburgsVull
Maleisburung
Nederlandsvogel
Noorsfugl
Papiamentspara
Poolsptak
Portugeesave; pássaro
Roemeenspasăre
Russischптица
SaterfriesFuugel
Schots-Gaelischeun
Spaansave; pájaro
Srananfowru
Swahilindege; nyuni
Tagalogibon
Thaisนก
Tsjechischpták
Turkskuş
Welsaderyn
Westerlauwers Friesfûgel