Informatie over het woord Schlauch (Duits → Esperanto: tubo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefSchlauchSchläuche
GenitiefSchlauchs, SchlauchesSchläuche
DatiefSchlauch, SchlaucheSchläuchen
AccusatiefSchlauchSchläuche

Vertalingen

Afrikaansbuis
Catalaanstub
Deensrør
Engelstube
Esperantotubo
Faeröersrør; slanga
Finsputki
Franstube; tuyau
Italiaanscondotto
Latijncanalis; fistula
Nederlandsbuis; kanaal; loop; pijp; steel
Noorsrør
Papiamentspipa
Portugeescano; canudo; tubo
SaterfriesPiepe; Roor; Ruur; Slauch
Spaanscañón; tubo
Thaisท่อ; กล้อง
Tsjechischhadice; trubice
Turksboru
Westerlauwers Friesbuis; piip
Zweedsrör