Informatie over het woord gardisto

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Afbrekinggard·ist·o

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefgardistogardistoj
Accusatiefgardistongardistojn

Vertalingen

Afrikaanswag
DuitsAufseher; Gardist; Hüter; Wächter; Wärter
Engelsguard; marshal; warden; warder; watchman
Fransgarde; gardien
Latijngustos
Nederlandsbewaarder; bewaker; hoeder; wacht; wachter
Papiamentsvigiladó; wardadó; wardadór; wòchmèn
SaterfriesGardist
Spaansguarda
Srananwaktiman
Swahilimlinzi
Thaisยาม
Turksbekçi
Westerlauwers Friesbeweitser
Zweedsvaktare; väktare