Informatie over het woord varensgast (Nederlands → Esperanto: maristo)

Uitspraak/ˈvaːrənsxɑst/
Afbrekingva·rens·gast
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudvarensgasten

Voorbeelden van gebruik

De varensgast nam het pijpje uit de mond, blies een dikke rookwolk weg, sloeg het glaasje brandewijn dat hij voor zich had staan in één teug naar binnen en vroeg mij na deze voorbereiding waarom ik mij niet bediend had van het mes dat voor mij stond.

Vertalingen

Engelssailor
Esperantomaristo; marveturisto