Informatie over het woord hijsen (Nederlands → Esperanto: drinkegi)

Uitspraak/ˈɦɛɪ̯sə(n)/
Afbrekinghij·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) hijs(ik) hees
(jij) hijst(jij) hees
(hij) hijst(hij) hees
(wij) hijsen(wij) hesen
(gij) hijst(gij) heest
(zij) hijsen(zij) hesen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) hijse(dat ik) hese
(dat jij) hijse(dat jij) hese
(dat hij) hijse(dat hij) hese
(dat wij) hijsen(dat wij) hesen
(dat gij) hijset(dat gij) heset
(dat zij) hijsen(dat zij) hesen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hijshijst
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
hijsend, hijsende(hebben) gehesen

Voorbeelden van gebruik

Jij staat hier al vanaf een uur of vijf vanmiddag te hijsen, Arie.

Vertalingen

Duitsfürchterlich saufen; saufen
Esperantodrinkegi