Informatie over het woord openstellen (Nederlands → Esperanto: malfermi)

Uitspraak/ˈopə(n)stɛlə(n)/
Afbrekingo·pen·stel·len
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) stel open(ik) stelde open
(jij) stelt open(jij) stelde open
(hij) stelt open(hij) stelde open
(wij) stellen open(wij) stelden open
(gij) stelt open(gij) steldet open
(zij) stellen open(zij) stelden open
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) openstelle(dat ik) openstelde
(dat jij) openstelle(dat jij) openstelde
(dat hij) openstelle(dat hij) openstelde
(dat wij) openstellen(dat wij) openstelden
(dat gij) openstellet(dat gij) opensteldet
(dat zij) openstellen(dat zij) openstelden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stel openstelt open
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
openstellend, openstellende(hebben) opengesteld

Voorbeelden van gebruik

Het Franse leger heeft dinsdag de grens tussen Algerië en Marokko opengesteld.
„Iemand moest het toch doen,” verklaarde hij, „om de weg open te stellen voor de machten die we nodig hadden.”

Vertalingen

Afrikaansoopmaak
Albaneeshap
Catalaansobrir
Deensåbne
Duitsaufdrehen; aufmachen; eröffnen; öffnen
Engelsopen
Engels (Oudengels)geopenian; ontynan
Esperantomalfermi; aperti; ovri
Faeröerslata upp
Fransouvrir
IJslandsopna
Italiaansaprire
Papiamentshabri
Poolsotwierać
Portugeesabrir
Roemeensdeschide
Russischоткрывать; открыть
Saterfrieseepenje; eepen moakje
Schots-Gaelischfosgail
Spaansabrir
Thaisเปิด
Tsjechischotevírat; otevřít; otvírat; rozevřít
Turksaçmak
Welsagor
Westerlauwers Friesslute
Zweedsstänga