Informatie over het woord frapi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingfrap·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdfrapas
Verleden tijdfrapis
Toekomende tijdfrapos
 
Voorwaardelijke wijs
frapus
 
Gebiedende wijs
frapu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdfrapantafrapata
Verleden tijdfrapintafrapita
Toekomende tijdfrapontafrapota

Vertalingen

Afrikaansklap; klop
Catalaanscolpir; percudir; picar; repicar; sorprendre; trucar; tustar; xocar
Deensbanke
Duitsauffallen; aufschlagen; befallen; branden; frappieren; heimsuchen; in Erstaunen setzen; ins Auge fallen; klopfen; kommen über; pochen; schlagen; stutzig machen; überraschen
Engelshit; knock; smack; strike; stub; poke
Faeröersbanka
Finsiskeä
Fransfrapper; heurter
Italiaansbussare; colpire; picchiare
Luxemburgsopfalen
Nederlandsklappen; kloppen; opvallen; slaan
Poolspukać; uderzać
Portugeesbater; golpear; percutir
Saterfriesklopje; rammelje; slo
Spaanschocar; golpear; percutir; sorprender
Zweedsknacka