Informatie over het woord streichen (Duits → Esperanto: streki)

Uitspraak/ˈʃtraɪçən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) streiche(ich) strich
(du) streichst(du) strichst
(er) streicht(er) strich
(wir) streichen(wir) strichen
(ihr) streicht(ihr) stricht
(sie) streichen(sie) strichen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) streiche(ich) striche
(du) streichest(du) strichest
(er) streiche(er) striche
(wir) streichen(wir) strichen
(ihr) streichet(ihr) strichet
(sie) streichen(sie) strichen
Gebiedende wijs
(du) streiche
(ihr) streicht
streichen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
streichend(haben) gestrichen

Vertalingen

Catalaansratllar; reglar; traçar
Engelsdraw; draw a line; make a stroke; streak
Esperantostreki
Faeröersstrika
Fransabaisser; tirer un trait
Nederlandseen streep trekken; trekken
Portugeesriscar; traçar; tracejar
Saterfriesstriekje
Spaansrayar; trazar una línea