Informatie over het woord belanden (Nederlands → Esperanto: alveni)

Uitspraak/bəˈlɑndə(n)/
Afbrekingbe·lan·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) beland(ik) belandde
(jij) belandt(jij) belandde
(hij) belandt(hij) belandde
(wij) belanden(wij) belandden
(gij) belandt(gij) belanddet
(zij) belanden(zij) belandden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) belande(dat ik) belandde
(dat jij) belande(dat jij) belandde
(dat hij) belande(dat hij) belandde
(dat wij) belanden(dat wij) belandden
(dat gij) belandet(dat gij) belanddet
(dat zij) belanden(dat zij) belandden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
belandbelandt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
belandend, belandende(zijn) beland

Vertalingen

Afrikaansaankom; aanland; arriveer; beland
Albaneesarrij; mërrij
Catalaansarribar
Deensankomme
Duitsankommen; eintreffen; gelangen; herzukommen; zukommen
Engelsend up
Engels (Oudengels)becuman
Esperantoalveni
Faeröerskoma
Finssaapua
Fransarriver
Grieksαφικνούμαι; φθάνω
Hongaarsérkezik; megérkezni
IJslandskoma
Italiaansarrivare
Latijnadvenire; pervenire
Maleissampi; tiba
Noorsankomme
Papiamentsyega
Poolsprzyjechać; przyjść
Portugeeschegar
Roemeensajunge; sosi
Russischприбывать; прибыть
Saterfriesankuume; geloangje; ienträffe; toukuume
Spaansllegar
Sranandoro; kon
Swahili‐fika
Thaisถึง; มาถึง
Turksvarmak; vasıl olmak
Westerlauwers Friesarrivearje; oankomme; oanlânje
Zweedsankomma