Informatie over het woord alpenroos (Nederlands → Esperanto: rododendro)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈɑlpə(n)ros/
Afbrekingal·pen·roos
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudalpenrozen

Vertalingen

Afrikaansalperoos; rododendron
DuitsAlpenrose; Rosenbaum
Engelsalpenrose
Esperantorododendro
Fransrhododendron
Portugeesrododentro
SaterfriesAlpenrouse; Rousenboom
Spaansrododendro