Informatie over het woord bekomen (Nederlands → Esperanto: ricevi)

Uitspraak/bəˈkomə(n)/
Afbrekingbe·ko·men
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bekom(ik) bekwam
(jij) bekomt(jij) bekwam
(hij) bekomt(hij) bekwam
(wij) bekomen(wij) bekwamen
(gij) bekomt(gij) bekwaamt
(zij) bekomen(zij) bekwamen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bekome(dat ik) bekwame
(dat jij) bekome(dat jij) bekwame
(dat hij) bekome(dat hij) bekwame
(dat wij) bekomen(dat wij) bekwamen
(dat gij) bekomet(dat gij) bekwamet
(dat zij) bekomen(dat zij) bekwamen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bekomend, bekomende(hebben) bekomen

Voorbeelden van gebruik

In Tustvold bekomt u alleen datgene waar u voor betaalt.
Waar zou ik die kunnen bekomen?
De kereltjes wendden heer Ollie de rug toe en haastten zich naar de magiër om verdere inlichtingen te bekomen.

Vertalingen

Afrikaansbekom; kry; ontvang
Catalaansobtenir; rebre; tenir
Deensfå; modtage
Duitsbekommen; empfangen; erhalten
Engelsget; receive
Engels (Oudengels)onfon
Esperantoricevi
Faeröersfáa
Finssaada
Fransaccueillir; recevoir
IJslands
Italiaansricevere
Luxemburgsempfänken
Maleismenerima; terima; mendapat
Noors
Papiamentsakohé; haña; haya
Poolsotrzymać
Portugeeshaver; obter; receber
Roemeensprimi
Russischполучать; получить
Saterfriesämpfange; ärhoolde; behoolde; kriege
Schots-Gaelischfaigh
Spaansobtener; recibir
Sranankisi
Swahili‐pata
Thaisรับ; เอา
Tsjechischdostat; dostati; obdržet
Turksalmak
Welscael
Westerlauwers Frieskrije; ûntfange; geniete
Zweedsbekomma; anamma; få; undfå