Informatie over het woord onderscheiden (Nederlands → Esperanto: distingi)

Uitspraak/ɔndərˈsxɛɪ̯də(n)/
Afbrekingon·der·schei·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) onderscheid(ik) onderscheidde
(jij) onderscheidt(jij) onderscheidde
(hij) onderscheidt(hij) onderscheidde
(wij) onderscheiden(wij) onderscheidden
(gij) onderscheidt(gij) onderscheiddet
(zij) onderscheiden(zij) onderscheidden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) onderscheide(dat ik) onderscheidde
(dat jij) onderscheide(dat jij) onderscheidde
(dat hij) onderscheide(dat hij) onderscheidde
(dat wij) onderscheiden(dat wij) onderscheidden
(dat gij) onderscheidet(dat gij) onderscheiddet
(dat zij) onderscheiden(dat zij) onderscheidden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
onderscheidonderscheidt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
onderscheidend, onderscheidende(hebben) onderscheiden

Voorbeelden van gebruik

Ten slotte werd het zo donker dat wij ze niet meer konden onderscheiden.
Ze onderscheidden nu ook sparre‐ en dennebomen, die eveneens een groot deel van hun witte vracht hadden afgeschud.
Men onderscheidt edele en onedele metalen.

Vertalingen

Afrikaansonderskei
Catalaansdistingir
Duitsauseinander halten; auseinander halten können; auszeichnen; bemerken; charakterisieren; ehrend hervorheben; erkennen; hervorheben; kennzeichnen; unterscheiden
Engelsdifferentiate; discern; discriminate; distinguish; mark
Esperantodistingi
Faeröerseyðkenna; heiðra; sermerkja; skilja; skilja frá
Finserottaa
Fransdégager; distinguer; identifier; reconnaître
Italiaansdistinguere
Papiamentsdistinguí
Portugeesdiferençar; distinguir
Roemeensdeosebi; distinge
Saterfriesunnerscheede; unnerskeede; uutteekenje
Spaansdistinguir
Tsjechischlišit; odlišit; rozeznat; rozeznávat; rozlišit; rozlišovat