Informatie over het woord afficheren (Nederlands → Esperanto: afiŝi)

Uitspraak/ɑfiˈsjerə(n)/
Afbrekingaf·fi·che·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) afficheer(ik) afficheerde
(jij) afficheert(jij) afficheerde
(hij) afficheert(hij) afficheerde
(wij) afficheren(wij) afficheerden
(gij) afficheert(gij) afficheerdet
(zij) afficheren(zij) afficheerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) affichere(dat ik) afficheerde
(dat jij) affichere(dat jij) afficheerde
(dat hij) affichere(dat hij) afficheerde
(dat wij) afficheren(dat wij) afficheerden
(dat gij) afficheret(dat gij) afficheerdet
(dat zij) afficheren(dat zij) afficheerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
afficheerafficheert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
afficherend, afficherende(hebben) geafficheerd

Vertalingen

Afrikaansaanplak
Albaneesafishoj
Catalaansafixar cartells; anunciar per mitjà d’un cartell
Duitsaffichieren; anschlagen; einen Plakat anheften; einen Zettel anheften; ein Plakat anheften; ein Plakat ankleben; plakatieren
Engelsplacard; post up
Esperantoafiŝi
Fransafficher; placarder
Hongaarshirdet
Portugeesafixar; pregar cartazes
Saterfriesplakatierje
Westerlauwers Friesoanplakke
Zweedsaffischera