Informatie over het woord beëindiging (Nederlands → Esperanto: fino)

Uitspraak/bəˈɛɪ̯ndəɣɪŋ/
Afbrekingbe·ein·di·ging
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Vertalingen

Afrikaansbeëindiging; einde; ent
Catalaansfi
Deensende
DuitsAbschluß; Ausgang; Ende; Schluß
Engelsconclusion; ending; termination
Engels (Oudengels)ende
Esperantofino
Faeröersendi
Finsloppu
Fransbout; fin
Grieksτέλος
Italiaansfine
Latijnfinis
LuxemburgsEnn
Maleisakhir
Noorsslutt
Papiamentsfin
Poolskoniec
Portugeesconclusão; fim
Roemeenssfârșit
Russischконец
SaterfriesEend; Eende
Schots-Gaelischceann; crìoch
Spaansconclusión; fin; final; término
Sranankaba
Swahilimwisho
Tsjechischcíl; konec; mez; ukončení
Westerlauwers Friesein
Zweedsslut; ända; ände