Informatie over het woord mennen (Nederlands → Esperanto: direkti)

Uitspraak/ˈmɛnə(n)/
Afbrekingmen·nen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) men(ik) mende
(jij) ment(jij) mende
(hij) ment(hij) mende
(wij) mennen(wij) menden
(gij) ment(gij) mendet
(zij) mennen(zij) menden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) menne(dat ik) mende
(dat jij) menne(dat jij) mende
(dat hij) menne(dat hij) mende
(dat wij) mennen(dat wij) menden
(dat gij) mennet(dat gij) mendet
(dat zij) mennen(dat zij) menden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
menment
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
mennend, mennende(hebben) gemend

Vertalingen

Afrikaansbestuur; rig
Catalaansdirigir
Deensstyrre
Duitsdirigieren; führen; leiten; lenken; richten; steuern
Engelsdrive
Esperantodirekti
Faeröersráða; stjórna
Finssuunnata
Fransdiriger
Hongaarsirányít
Papiamentsstür
Portugeesdirigir; encaminhar; gerir; governar; guiar
Roemeensdirecționa; ghida
Saterfriesdirigierje; fiere; gjuchte; stjuure
Spaansdirigir
Tsjechischřídit
Westerlauwers Friesoanstjoere