Informatie over het woord abrikoos (Nederlands → Esperanto: abrikotujo)

Uitspraak/abriˈkos/
Afbrekinga·bri·koos
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudabrikozen

Vertalingen

Afrikaansappelkoosboom
Catalaansalbercoquer
Deensabrikos; abrikostræ
DuitsAprikose; Aprikosenbaum
Engelsapricot
Esperantoabrikotujo; abrikotarbo
Fransabricotier
Italiaansalbicocco
Portugeesabricoqueiro; abricoteiro; albricoqueiro; damasqueiro
SaterfriesAprikosenboom
Spaansalbaricoquero
Zweedsaprikosträd