Informatie over het woord gezicht (Nederlands → Esperanto: vidaĵo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ɣəˈzɪxt/
Afbrekingge·zicht
Geslachtonzijdig

Voorbeelden van gebruik

Het was een akelig gezicht.
Het gezicht van geld werkte kalmerend.
Tom watertandde bij het gezicht van de appel, doch hij witte ijverig door.

Vertalingen

Deenssyn
DuitsAnblick; Ansicht; Übersicht
Engelssight; view
Esperantovidaĵo
Fransvue
Poolswidok
Portugeespanorama; vista
Russischвид
SaterfriesAnblik; Ansicht; Uursicht