Informatie over het woord stilhouden (Nederlands → Esperanto: teni kvieta)

Uitspraak/ˈstɪlɦɑʊ̯də(n)/
Afbrekingstil·hou·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) hou stil, houd stil(ik) hield stil
(jij) houdt stil(jij) hield stil
(hij) houdt stil(hij) hield stil
(wij) houden stil(wij) hielden stil
(gij) houdt stil(gij) hieldt stil
(zij) houden stil(zij) hielden stil
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) stilhoude(dat ik) stilhielde
(dat jij) stilhoude(dat jij) stilhielde
(dat hij) stilhoude(dat hij) stilhielde
(dat wij) stilhouden(dat wij) stilhielden
(dat gij) stilhoudet(dat gij) stilhieldet
(dat zij) stilhouden(dat zij) stilhielden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hou stil, houd stilhoudt stil
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stilhoudend, stilhoudende(hebben) stilgehouden

Vertalingen

Esperantoteni kvieta