Informatie over het woord stuk (Nederlands → Esperanto: teatraĵo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/stɵk/
Afbrekingstuk
Geslachtonzijdig
Meervoudstukken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
stukjestukjes

Voorbeelden van gebruik

Zijn gezicht was zo kalm alsof hij in de schouwburg naar een stuk keek waarvan hij verloop en ontknoping al kende.

Vertalingen

Afrikaanstoneelstuk
DuitsSchauspiel
Engelspiece; play
Esperantoteatraĵo
Faeröerssjónleikur
Franspièce de théâtre
Papiamentskomedia
Poolssztuka teatralna
Portugeespeça para teatro
Zweedsskådespel; teaterpjäs