Informatie over het woord somma (Nederlands → Esperanto: sumo)

Uitspraak/ˈsɔma/
Afbrekingsom·ma
Woordsoortzelfstandig naamwoord

Voorbeelden van gebruik

Want we hebben al zes minuten gesproken en dat kost me de somma van een gulden.

Vertalingen

Afrikaansbedrag
Catalaanssuma; summa
Deensbeløb; sum
DuitsBetrag; Summe
Engelssum
Esperantosumo
Faeröerssamløga; upphædd
Finssumma
Fransmontant; somme
Grieksάθροισμα
Italiaansimporto; somma
Maleisjumlah
Noorsbeløp
Poolsilość; suma
Portugeesimportância; quantia; soma; total
SaterfriesBedraach; Summe
Spaanssuma
Swahilihesabu
Tsjechischčástka; obnos; součet; suma; úhrn
Zweedsbelopp; summa