Informatie over het woord bitten (Duits → Esperanto: peti)

Uitspraak/ˈbɪtən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) bitte(ich) bat
(du) bittest(du) batest, batst
(er) bittet(er) bat
(wir) bitten(wir) baten
(ihr) bittet(ihr) batet
(sie) bitten(sie) baten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) bitte(ich) bäte
(du) bittest(du) bätest
(er) bitte(er) bäte
(wir) bitten(wir) bäten
(ihr) bittet(ihr) bätet
(sie) bitten(sie) bäten
Gebiedende wijs
(du) bitte
(ihr) bittet
bitten Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bittend(haben) gebeten

Voorbeelden van gebruik

Er schien wortlos um Entschuldigung zu bitten und vermied es, seinen Mietern in die Augen zu blicken.

Vertalingen

Afrikaansvra; aanvra
Albaneeskërkoj
Catalaansdemanar
Deensbede
Engelsask; ask for; request
Engels (Oudengels)biddan
Esperantopeti
Faeröersbiðja; biðja um
Finspyytää
Fransdemander; prier
Grieksαιτώ
Grieks (Oudgrieks)αἰτέω
IJslandsbiðja; biðja um
Italiaanschiedere
Jiddischבעטן
Latijnpetere; rogare
Nederlandsaanvragen; inroepen; verzoeken; vragen; vragen om; aanzoeken
Papiamentssuplicá
Poolsprosić
Portugeespedir
Roemeenscere
Saterfriesanhoolde; bidje
Spaanspedir; rogar
Srananbegi
Swahili‐omba
Thaisขอ; ชวน
Westerlauwers Friesfersykje; freegje
Zweedsbedja; anmoda; ansöka