Informatie over het woord afval (Nederlands → Esperanto: defalaĵo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈɑfɑl/
Afbrekingaf·val
Geslachtmanlijk of onzijdig

Vertalingen

Afrikaansafval
Duitsetwas Abgefallenes
Engelsclippings; cuttings; parings; refuse; rubbish; waste; windfall
Esperantodefalaĵo
Russischбрак
Spaansdesechos; detrito
Westerlauwers Friesôfeart; ôffal