Nederlânsk–Frysk wurdboek

Fryske oersetting fan it Nederlânske wurd rijk

Nederlânsk → Frysk
  
NederlânskFrysk (net rjochtstreeks oerset)Esperanto
(imperium; keizerrijk)
(staat)
🔗 Zij kregen dit recht van de koning vanwege hun trouw aan het rijk.
(gefortuneerd; vermogend)
🔗 We zijn rijk, jongen!
(staat)
🔗 Het gaat toch niet aan dat ’s rijks schatkist leeg staat terwijl er mensen bestaan met geld op de bank!
(wereld)
(bodem; grond; aardbodem);
grûn
boskich
;
🔗 Zij zijn vrij bosrijk en hebben een vruchtbare grond.
(alcoholisch)
ynfloedryk
🔗 „Het is onmogelijk”, zei Anacho, „om te werken zonder de steun van een invloedrijk persoon”.
(imperium; rijk)
🔗 Dit was de mogelijkheid van een onverwachte vijandelijke luchtaanval op Tokio, de hoofdstad van het keizerrijk.
keninkryk
🔗 „Welnu,” sprak de koning, „mijn koninkrijk is niet groot.”
blêdich
rikeling
(rijkaard)
rikeling
(knaak)
ryksdaalder
🔗 Toen de kassier met het papieren geld klaar was, kwamen de guldens en rijksdaalders aan de beurt.
ferrykje
pliriĉigi
🔗 Ik vind het altijd prettig om mijn kennis met die van een ander te verrijken.