Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord vrees

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
(bang; beducht)
rädd
🔗 Hij zal bevreesd zijn.
vrees koesteren voor
(bang zijn voor; duchten; schromen; vrezen; bang zijn)
vara rädd
;
vara rädd för
(ijselijk; verschrikkelijk; vervaarlijk; vreselijk; affreus; bar; afschuwelijk)
förfärlig
;
förskräcklig
;
gräslig
;
hemsk
🔗 In de provincie Minho, in Portugal, heeft een vreeslijk onweer, vergezeld van storm en hagelbuien, grote verwoestingen aangericht.
(ijselijk; verschrikkelijk; vervaarlijk; affreus; bar; vreeslijk; afschuwelijk)
förfärlig
;
förskräcklig
;
gräslig
;
hemsk
🔗 Wat een vreselijke gedachte!
(bang zijn voor; duchten; schromen; bang zijn; vrees koesteren voor)
vara rädd
;
vara rädd för
🔗 En waarom vreest ge die?