Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord til

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
(beuren; heffen; ophalen; opheffen; opnemen; optillen; oplichten; lichten; hieuwen; omhoogheffen)
hissa
;
upphisa
;
upphäva
;
upphöja
🔗 Hij lachte, sprong op de zwarte merrie en tilde haar op het zadel voor zich.