Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord snorren

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
leta
;
söka
(brommen; gonzen; razen; suizen; zoemen)
surra
🔗 Lokale bladen wijden er berichten aan en rondom klikken en snorren de camera’s.
(knevel; snorrebaard; snorbaard)
mustasch
🔗 Hij streek over zijn snor.