Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord pijp

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
pipa
🔗 Is er geen pijp bij jullie buit?
(schacht; staaf)
spö
(buis; kanaal; steel)
rör
(fluit)
flöjt
🔗 De muziek—vedels en pijpen—werd luider naarmate ik verderging.
de pijp aan Maarten geven
(doodgaan; sterven; verscheiden; versmachten; heengaan; de kraaienmars blazen; ontslapen; het loodje leggen; het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen; de pijp uit gaan; de geest geven; de laatste adem uitblazen; aan zijn eind komen)
avlida
;
de pijp uit gaan
(doodgaan; de kraaienmars blazen)
avlida
;
(schoorsteen)
skorsten
(bosui)
salladslök
blåtåtel
blåtåtel
blua molinio
🔗 De dieren eten vooral het pijpestrootje weg.
(bieslook)
gräslök
tabakspijp
(pijp)
pipa