Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord eten

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
(spijs)
mat
;
maträtt
(bikken; vreten; nuttigen)
spisa
;
äta
🔗 Dat zal ik doen zodra ik iets heb gegeten.
(maaltijd)
måltid
(avondmaal)
aftonmåltid
🔗 Zal ik het avondeten hier bij het vuur opdienen?
ätbar
;
ätlig
🔗 Alles wat daar staat, is eetbaar.
(restaurant)
restaurang
🔗 Het is een eethuis, of misschien een herberg.
🔗 Stephens bekeek de wond en dacht dat ze waarschijnlijk niet meer dan een paar eetlepels bloed had verloren.
(graagte; trek)
aptit
;
matlust
🔗 Mocht u zo onfortuinlijk zijn, dan hangen we liever een foto van vóór dan van ná het gebeuren op, om de andere gasten de eetlust niet te benemen.
(bord)
🔗 Het gebeurde op de vierde avond terwijl hij naar zijn etensbord zat te staren.
(eten; gerecht; spijs)
mat
;
maträtt
🔗 Puc deed een stap achteruit toen ze neerknielde en begon met het uitpakken van de etenswaren.