Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord blik

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
(aanzien; air; uiterlijk; vóórkomen; aspect)
anblick
;
anseende
;
vy
🔗 Ik kan die aanblik niet verdragen.
(moment; tijdstip)
momang
;
moment
;
ögonblick
🔗 Maar dit duurde maar een ogenblik.

NederlandsZweedsEngels
bliktitt; tittalook
bliktitt; tittapeep