Nederlands–Zweeds woordenboek

Zweedse vertaling van het Nederlandse woord bevelhebber

Nederlands → Zweeds
  
NederlandsZweeds (indirect vertaald)Esperanto
(aanvoerder; commandant; bevelvoerder)
befälhavare
;
kommendant
🔗 Wie is op het ogenblik bevelhebber van dit fort?
(bevelschrift; gebod; order; ordonnantie)
befallning
;
befäl
;
order
;
påbud
🔗 Ik volg slechts de bevelen mijner chefs.
(commando)
befallning
;
befäl
;
kommando
;
order
🔗 Hij gaf het bevel over de groep vluchtelingen, die op het eiland achter zouden blijven, over aan de lange Australiër, en raadde hem aan de boot tot zinken te brengen en zich de verdere dag verborgen te houden.