Nederlands–Spaans woordenboek

Spaanse vertaling van het Nederlandse woord vlees

Nederlands → Spaans
  
NederlandsSpaans (indirect vertaald)Esperanto
carne
🔗 Wie moet ’t vlees snijden?
🔗 Het was haar vlees en haar bloed dat hij verlangde, haar prachtig lichaam, hare schoonheid, die zijn grove ziel vervuld hadden met razernij.
carne de ternera
carne de cordero
🔗 Het lag vol met heet lamsvlees, groente en aardappelen, maar ondanks de heerlijke geur had Puc geen trek.
(zoutvlees)
carne salada
peklita viando
carne de vaca
🔗 De soldaten aten rundvlees en dronken rode wijn.
carnero
🔗 Ik bestel nou schapevlees met knoflook, net als jij in het bos maakte.
schenkelvlees
(schenkel)
pierna
estofado
🔗 Het stoofvlees was niet lekker maar Dumarest had slechter gegeten.
tandvlees
encía
carne de cerdo
🔗 Het land zal de import van staal, varkensvlees en andere voedingsmiddelen uit de VS extra belasten.
vleesboom
(vleesgezwel; fibroom)
fibroma
vleeshouwer
(slachter; slager)
carnicero
(bouillon)
caldo
🔗 Roer 1 deciliter van de zure room door het vleesnat en roer tot het glad is.
fiambres
viandaĵoj
🔗 Daar kochten we al onze kruideniers‐ en vleeswaren.
sarcocario
pulpa
pulpo
🔗 Kopra, het gedroogde vruchtvlees van de kokosnoot, is het voornaamste handelsartikel, hoewel er ook nog tamelijk veel in schelpen en parels gedaan wordt.
barba de ballena