Nederlands–Spaans woordenboek

Spaanse vertaling van het Nederlandse woord tref

Nederlands → Spaans
  
NederlandsSpaans (indirect vertaald)Esperanto
tref
(bof; geluk; mazzel)
ganga
;
provecho inesperado
(ontmoeten)
chocar contra
;
dar con
;
encontrar
;
encontrarse con
;
topar
(halen; raken)
acertar
;
dar con
;
dar en
🔗 De man met het zwaard wachtte op een kans om toe te slaan zonder het risico te lopen dat hij de soldaten trof.